|
Het beginnen met wielrennen vergt nogal een investering: je hebt een fiets nodig, fietskleding en ook nog wat gereedschap en reservemateriaal.
Vooral als je nog nooit gewielrend hebt kun je het beste relatief goedkoop materiaal nemen, nieuw of tweedehands.
Als je een tijdje bezig bent met de sport en je vindt het nog altijd leuk, dan kun je overstappen naar wat beter / duurder materiaal.
Het loont ook om aan bekenden die al langer wielrennen te vragen of ze niet toevallig nog iets bruikbaars hebben liggen.
Fiets
Een nieuwe racefiets kun je kopen vanaf € 400,-, maar wil je een beetje fatsoenlijk materiaal dan zit je al gauw aan het dubbele daarvan.
Het is echter aan te bevelen om een tweedehands fiets te kopen.
Meer informatie over het aanschaffen van een fiets vind je op de pagina Fiets kopen.
Tip: wil je wedstrijden gaan rijden, informeer dan vňňrdat je een fiets aanschaft (bij je club) naar de vereisten waaraan de fiets moet voldoen.
Zo zijn er bij het jeugdwielrennen strenge regels voor de verzetten die je op de wedstrijdfiets mag hebben.
Kleding
De meeste wielrenners dragen speciale wielerkleding, niet zonder reden, want die zit erg comfortabel.
- Koersbroek: hierin zit een zeem, waardoor je veel prettiger op het zadel zit.
De koersbroek moet goed schoon gehouden worden. Je draagt namelijk geen ondergoed als je gaat wielrennen.
Om infecties, (steen)puisten e.d. aan het zitvlak te voorkomen moet de zeem (en je kruis) na elke training/wedstrijd goed worden gewassen;
- Fietsshirt: je fietst fijner in een shirt dat ademt en niet flappert. Een fietsshirt heeft ook zakjes op de rug, waar je eten etc. in kunt doen;
- Zweethemd/thermoshirt: dit kledingstuk draag je onder het fietsshirt. Ze zijn er in verschillende modellen en materialen.
Ze zorgen ervoor dat je lichaam op een aangename temperatuur blijft en dat vocht snel wordt afgevoerd;
- Regenjasje: het weer is niet altijd even voorspelbaar, neem daarom standaard een regenjasje mee.
Neem bij voorkeur een jasje dat ademt, zodat het zweet ook nog kan worden afgevoerd;
- "Lange" kleding: alleen als het fris is (kouder dan 15 şC) rijd je in lange broek en een jack of fietsshirt met lange mouwen.
Na de inspanning moet je zorgen dat je niet te gauw afkoelt: trek als je niet direct gaat douchen een jack aan, eventueel ook een lange broek;
- Handschoentjes: zorgen voor meer grip op het stuur, zijn confortabel en bieden bescherming bij eventuele valpartijen.
Tip 1: als je lid wordt van een wielerclub kun je meestal tegen zeer gunstige prijzen clubkleding aanschaffen!
Kijk op de linkpagina met clubs voor een overzicht van alle clubs uit de regio.
Tip 2: wil je in de kleding van je favoriete profteam rijden? Kijk dan eens op de pagina met wielerkleding!
Schoenen
Een goed zittende schoen is van belang voor het comfort en voor een goede krachtoverbrenging op de pedalen.
Fietsschoenen worden meestal gebruikt in combinatie met klik-pedalen: er zitten dan plaatjes onder de schoenen waarmee de schoenen vast op de pedalen worden gezet.
Met zo'n systeem schiet je niet snel van het pedaal en kun je ook trekken aan het pedaal.
Op de pagina Fiets kopen vind je wat meer informatie over pedalen.
Helm
Ga nooit op pad zonder helm, je hebt niet altijd zelf in de hand of er een ongeluk gebeurt of niet!
Zet ook een helm op als je een rustig tochtje gaat maken, de valpartijen bij lage snelheid leveren vaak de ernstigste verwondingen op.
De Consumentenbond geeft 10 tips voor het kopen van een helm:
- Ga naar een winkel met een groot assortiment helmen die u kunt passen.
- Neem de tijd om te passen. Stel de maat van de helm en de lengte van de riempjes in.
Schud met het hoofd: de helm moet in dezelfde positie blijven. Hij mag niet te los en ook niet te strak zitten.
- Check of de stelriempjes goed op de ingestelde stand blijven zitten (ook wanneer u de helm een paar keer op en af doet).
- Zet de helm horizontaal op het hoofd (niet naar voren of ver naar achteren).
De riempjes moeten zo afgesteld worden dat ze de oren helemaal vrij laten.
- Draagt u een bril of racebril, houd die dan op tijdens het passen.
- De sluiting moet u makkelijk met één hand kunnen openen en sluiten.
- De sluiting mag niet openschieten als u aan beide riempjes trekt.
- Als u een helm koopt binnen de EU, moet erop staan dat hij voldoet aan de norm EN 1078.
- Helmen met de bekleding in de buitenschaal gegoten (‘in-mold’) genieten de voorkeur boven helmen met binnen- en buitenkant apart geproduceerd en aan elkaar gelijmd.
- Neem bij voorkeur een helm die goed opvalt in het verkeer.
Onder de helm kun je een bandana (hoofddoek) dragen, die zorgt ervoor dat het zweet op je hoofd niet zo gaat irriteren.
Overige accessoires en gereedschap voor onderweg
Als je pech krijgt onderweg, wil je dat natuurlijk direct kunnen verhelpen, zodat je door kunt fietsen.
Daarom moet je zorgen dat je altijd wat gereedschap bij je hebt, waarmee je de meest voorkomende problemen aan de fiets kunt oplossen.
Ook enkele andere accessoires zijn erg handig onderweg.
Onderstaand lijstje geeft een idee van wat je ongeveer nodig hebt.
- Bril: een fietsbril is handig tegen de zon, maar beschermt de ogen ook tegen insecten, steentjes e.d.
Je kunt het beste een bril nemen met verwisselbare glazen: donkere (als de zon schijnt), blanke en gele/oranje (meer contrast bij schemer/slecht weer) glazen;
- Bidons: verkrijgbaar in 500 en 750 ml. Let op: niet alle bidons passen in elke houder! Voor Elite-bidons heb je een speciale houder nodig;
- Pompje: bij een lekke band moet je je band in elk geval hard genoeg kunnen oppompen om weer thuis te komen (min. 6 bar), test eerst thuis of de pomp goed werkt: met sommige handpompjes krijg je niet genoeg lucht in de banden, en soms heb je, afhankelijk van het type ventiel, een verloopnippel nodig;
- Bandreparatiemateriaal: plakkers, solutie, schuurpapiertje en bandenlichters;
- Reservebandje: als je een reservebandje bij hebt, hoef je niet onderweg je band te plakken, waardoor je sneller weer op de fiets zit;
- Stukje buitenband +/- 5 cm: bij een scheur in de buitenband kun je dit tussen de binnen- en buitenband steken om toch nog thuis te komen;
- Inbussetje/multitool: met een inbussetje en een schroevendraaier kun je de meeste onderdelen van de fiets afstellen, beiden zitten in de multitools speciaal voor fietsers.
- Spaaksleutel: zit meestal in een een multitool, neem een losse mee als deze ontbreekt of niet past;
- Zadeltasje: je kunt het bovenstaande naturlijk meenemen in de zakjes van je shirt, maar een zadeltasje is ook handig.
Overige accessoires en gereedschap voor thuis
Naast de spullen voor onderweg is het handig om thuis het gereedschap en materiaal te hebben dat je nodig hebt als je de fiets een keer moet repareren of poetsen.
- Pomp: met een handpompje krijg je niet genoeg lucht in de banden. Daarvoor heb je een staande pomp nodig, met drukmeter;
- Standaard/ophangset: om de racefiets thuis een plaatsje te geven hang je hem het beste op om de banden te sparen.
Eventueel kun je ook een fietsstandaard aanschaffen, waar je de fiets met de achtervork in plaatst;
- Poetsmateriaal: een niet-pluizende doek, ontvetter (bijv. wasbenzine), tandwielborsteltje, een borstel of apparaatje om de ketting te reinigen;
- Steeksleutels/Bahco: nodigom verschillende onderdelen los en vast te krijgen;
- Freewheel- & kransafnemer: met dit gereedschap kun je de tandwielen van het achterwiel halen, om ze te verwisselen/poetsen.
Een freewheel-afnemer is de sleutel waarmee je de kransjes kunt losdraaien, een kransafnemer, ook wel kettingzweep genoemd, is een soort staaf met een stuk ketting eraan, waarmee je de tandwielen kunt tegenhouden;
- Kettingpons: om de ketting af te nemen;
- Kettingspray/-vet: na het ontvetten en schoonmaken moet de ketting weer goed worden ingevet.
Wacht na het invetten een nachtje zodat het vet in de ketting kan trekken en verwijder dan met een doek het overtollige vet.
- (Kogellager-)Vet: diverse onderdelen van de fiets moeten licht worden ingevet, zodat ze soepel werken en niet kraken.
- Handig, maar niet noodzakelijk: wielrichter en pedaalsleutel (een gewone 15mm steeksleutel pas meestal ook!).
|
|